Wereldwijs opvoeden – deel I:
“Zoek de raakvlakken, vier de verschillen!”

Dit zijn broertjes.
Ondeugende donderstenen.
Lekkere knuffelkonten.
De één heel gevoelig en rechtvaardig, de ander met een enorm vurig temperament.
De één is donker met bruine ogen, de ander blond met blauwe ogen.

Wat ik ze mee wil geven is dat ze beiden geweldig zijn. Uniek. Precies zoals ze zijn.
En dat dat geldt voor iederéén.

Ik wil ze meegeven dat het leuk is om overeenkomsten te ontdekken en minstens zo bijzonder om verschillen te zien. Bij elkaar, bij anderen.

En die verschillen te waarderen!
En er nieuwsgierig naar te zijn. Van te leren. Samen te werken: 1+1=3!

De verschillen niet te ver- of beoordelen.
Het een is niet beter dan het ander.
Het is simpelweg anders. En aanvullend.

In ons gezin is er kleurverschil.
Natuurlijk plagen we elkaar en troeven elkaar af in wie het bruinst is (ik dus duidelijk niet ;).

En tegelijkertijd vertel ik de kinderen, ‘gewoon tussen neus en lippen door’, over racisme. Op hun niveau.

Dat ze het zich nóóit persoonlijk hoeven aan te trekken als er iets gezegd wordt over kleur of iets anders wat bij hen hoort.

Dat mensen (zowel kinderen als volwassenen) zich soms niet goed een houding weten te geven en dat ze dan “maar wat roepen” om de aandacht van hun eigen onzekerheid of angst af te leiden.

Dat het iets zegt over degene die het zegt. Niet over hen.

Een van de mooiste en belangrijkste uitdagingen in onze opvoeding vind ik het veerkrachtig maken van onze kinderen. Ze realistisch zelfvertrouwen mee te geven.

Leren hoe ze omgaan met tegenslag, met iets vervelends wat er gebeurt.
Dat ze zéker boos en verdrietig mogen zijn.
Dat ze hun eigen pijn of verdriet nooit mogen afreageren op een ander.
Ik help ze zoeken naar een manier hóe ze zich wél kunnen afreageren. En wat ze kunnen bedenken wat helpt om te denken (zgn ‘helpende gedachten’).

Ik wil ze meegeven dat iederéén oké is. Dat smaken verschillen en dat je voorkeur mag hebben.

Dat het heel naar kan zijn dat iemand zich rot gedraagt. Dat er áltijd iets achter dat gedrag zit. Wat je daarom zeker niet hoeft goed te keuren, maar wat je wel helpt begrijpen in plaats van veroordelen.
En dat geldt natuurlijk ook voor hun eigen gedrag (en dat van mij).

Ik ga voor liefdevol samenleven. Ieder in zijn waarde laten. Niet (te snel) oordelen.

Altijd een manier zoeken om aansluiting te vinden, even contact te maken.

Een glimlach is genoeg. Je hoeft geen dikke vrienden te worden met iedereen. Mag wel.

Alleen in ons gezin zijn al zoveel verschillen. En echt niet alleen in uiterlijk!

De kinderen hebben voorouders uit Nederland, Israel, India en Tunesie. Hoe cool is dat?

Ik vind het prachtig!

Ik houd van de raakvlakken en nog veel meer van de verschillen.

Ik had ook eigenlijk culturele antropologie willen studeren. Daarover vast later nog meer 😉

Liefs, Anne


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *